|

Fietsgeometrie: Welke geometrie past bij jou en welke maat past het best?

Welke maat fiets heb je precies nodig? Welk type fiets past goed bij jou? Wat is het stuurgedrag van een fiets?
Dat zijn allemaal vragen waarbij het handig is om naar de geometrietabel te kijken. Bij racefietsen en mountainbikes worden geometrie tabellen vaak door de fabrikant online gezet. 
Als je snapt wat de getallen betekenen kan de geometrietabel een handige tool zijn om in te schatten welke framemaat het beste bij je past.
Om het maximale uit het fietsen te halen is een goede afstelling van je fiets belangrijk. Voor optimaal rijgedrag ben je vaak beperkt binnen je afstelmogelijkheden. Daarom is het belangrijk dat je de goede framemaat met de goede geometrie kiest. Ook heeft de geometrie merkbare invloed op het rijgedrag. Daarom in deze blog een uitleg over de geometriewaardes.

Framemaat bepalen – welke heb je nodig?

Tot niet al te lang geleden gebruikten de meeste fietsfabrikanten de zitbuislengte als framemaat. Er zijn nog steeds fabrikanten die dat doen. De zitbuislengte is de afstand van het midden van de trapas tot de bovenkant van de zitbuis. Dit is het punt vanaf waar de zadelpen uit het frame steekt. 
Een maat 56 is een fiets met een 56 cm zitbuislengte. Maar de framemaat zegt niet veel over de zithouding op de fiets. Met de schuin aflopende bovenbuizen zie je dat fabrikanten steeds meer met letters als S, M, L werken om de framemaat aan te geven. Een L van een ene fabrikant kan qua geometrie overeen komen met een M van een andere fabrikant. Het is dus belangrijk om goed naar de geometrie van de fiets te kijken. Op Panvelo zullen fietsgeometrieën geplaatst worden en fabrikanten zetten ze zelf ook vaak bij fietsen. Voor het bepalen van de zithouding worden vaak stack en reach gebruikt. Deze zijn altijd terug te vinden in de geometrie tabel. Voor het bepalen van het juiste stuurgedrag zijn juist andere factoren belangrijk. Ook deze staan in de geometrietabel.

De zitbuislengte is de afstand van het midden van de trapas tot de bovenkant van de zitbuis, waar de zadelpenklem zit.

Stack en reach – geometrie en zithouding

De stack en reach worden vaak gebruikt voor het bepalen van de juiste framemaat en de juiste geometrie. En dat is voor een groot deel terecht. Deze gegevens zeggen veel over de zithouding van de fiets. Zeker omdat het stuur weinig afstelmogelijkheden heeft in vergelijking met het zadel. Daarnaast zijn stack en reach gemakkelijk te vergelijken tussen fietsen. Deze worden altijd op dezelfde manier gemeten en kun je 1 op 1 vergelijken in tegenstelling tot effectieve bovenbuislengte bijvoorbeeld waar je ook nog rekening moet houden met zitbuishoek.

Reach: De horizontale afstand tussen het midden van de trapas en het midden van de balhoofdsbuis. Het zegt dus iets over hoe ver je naar voren zit ten opzichte van je bracket. Dit is een handige waardige omdat je 2 punten gebruikt die altijd vast staan. Je stelt je zadel af ten opzichte van je bracket. Hierdoor kan een afwijkende zitbuishoek geen vertekend beeld geven.

Stack: De verticale afstand tussen het midden van de trapas en het midden van de balhoofdbuis. Het zegt iets over hoe rechtop je zit. De stack is afhankelijk van bottombracket drop, balhoofdbuis lengte, vorklengte en balhoofdhoek. Hoe hoger de stack hoe rechterop je zit.

Let op! Interactie effect van stack en reach

De reach tussen framematen scheelt vaak niet veel. Vaak maar 2-5mm per framemaat bij racefietsen en bij mountainbikes meestal ook maar 1of 2 cm. Maar er zit een addertje onder het gras, die heel vaak gemist wordt. De stack heeft ook invloed op de reach. Een framemaat Medium met een stack van 560 mm en een reach van 375 vergeleken met een maat Large met een stack van 580 en een reach van 380 heeft niet een reachverschil van 5 mm. Waarom? Omdat de bij dezelfde zithouding 2cm extra spacers onder de stuurpen zet. Omdat het balhoofd altijd schuin naar achter loopt, komt het begin van de stuurpen ook dichterbij als je extra spacers onder de stuurpen monteert.

Bij een balhoofdshoek van tussen de 71 en 74 graden komt 1 cm extra spacers neer op 3mm minder reach.
Bij dezelfde afstelling zul je bij de maat Medium 2 centimeter extra spacers monteren waardoor hij nog 6mm minder reach heeft. Het verschil in reach wordt dan 11mm, wat met een langere stuurpen weer gecompenseerd kan worden voor de juiste afstelling. Hierdoor zijn de verschillen in reach tussen 2 framematen in de praktijk groter dan alleen het aangegeven getal en wordt het verschil per cm stackverschil ongeveer 3mm groter.

Hetzelfde geldt als je 2 verschillende fietsgeometrien vergelijkt. Als je twijfelt tussen 2 fietsen dan moet je rekening houden dat je op de fiets met een lagere stack ook een iets kortere reach zult hebben dan aangegeven in de tabel vanwege de spacers die je toevoegt. Wederom de 3 mm per 1 cm spacers.

Wat is nog meer belangrijk voor een goede zithouding?

Stack en reach geven een goede indicatie voor de zithouding binnen de beperkte afstelmogelijkheden per framemaat. Maar de afstand tussen je contactpunten wordt niet alleen door stack en reach bepaald. Voor de goede zithouding gaat het om de afstanden tussen de contactpunten. Namelijk voeten, zitvlak en handen.

Let dus ook op:
Stuurpenlengte – deze kun je vaak makkelijk aanpassen. Meer dan 2 cm afwijken van de standaard stuurpenlengte kan grote invloed hebben op hoe de fiets aanvoelt en is meestal niet ideaal. Een framemaat 60 met een 7 cm stuurpen geeft misschien wel de goede zithouding, maar zal qua stuurgedrag niet ideaal zijn.

Stuurpenhoek – De stuurpenhoek bepaalt icm met een balhoofdhoek en de stack de hoogte van het stuur. Meestal is het 6-8 graden, dan is de impact op de zithouding bij verschillende stuurpennen vergelijkbaar binnen enkele millimeters. Een stuurpen kun je omdraaien om het tegenovergestelde effect te creëren en zo de zithouding te beïnvloeden.

Stuur – Een racestuur heeft een reach die lengte toevoegd. De reach is de afstand van het midden van het stuur tot het montagepunt van de shifter. Hoe langer de reach hoe langer de fiets aanvoelt. Tussen frames zit vaak maar 5mm reach verschil, maar sturen kunnen wel 10 mm in reach verschillen. Houd de reach van het stuur dus goed in de gaten.
Ook de breedte van het racestuur is vaak verschillend tussen verschillende framematen.

Zitbuishoek en verstelmogelijkheden van het zadel – het is belangrijk dat je zitbuishoek aansluit bij de jouw gewenste zithouding en dan je indien nodig hierin met de zadelpen het en de zadelrails nog je zadel enkele centimenters naar voren en naar achteren kunt plaatsen. Als je een fiets hebt met een 73 graden zitbuishoek en een fiets met een 74 graden zitbuishoek, dan moet je je zadel bij een zadelhoogte van 75cm 12mm verder naar achter kunnen zetten voor dezelfde zitpositie.

Cranklengte – dit is een controversiële. Er zijn veel theorieën over wat de ideale cranklengte is. Deze kunnen per maat verschillen en mocht je specifieke voorkeur hebben is het goed om hier rekening mee te houden. Meestal zijn deze tussen de 170 mm en 175 mm. Cranklengte hangt vaak samen met beenlengte. Hoe langer je benen, hoe hoger de cranklengte. Doordat diverse onderzoeken laten zien dat er geen significant prestatie verschil is tussen verschillende cranklengtes zie je dat veel fietsers overstappen naar kortere cranks. Met mountainbiken zorgt dat ervoor dat je minder snel met je voeten een tak of boomstronk raakt. Met wielrennen zorgt het ervoor je heuphoek wat opent, waardoor je wat makkelijker door je buik kan blijven ademen in de aeropositie.

Zitbuishoek: Dit is de hoek tussen de grond en de zitbuis. Een steile zitbuishoek (vaak meer dan 73 graden) zorgt ervoor dat je zadel verder naar voren komt te staan en dat je zwaartepunt meer naar voren ligt. Je kunt je zadel bij de meeste zadelpennen nog 2-4 cm horizontaal verstellen, waardoor de zitbuishoek vaak geen merkbare invloed heeft op de zithouding. Een fiets met een 73 graden zitbuishoek heeft het zadel 12,5 mm meer naar achteren staan dan een fiets met een 74 graden zitbuishoek bij een zadelhoogte van 75cm. Hoe hoger het zadel, hoe groter het horizontale verschil wordt tussen beide zitbuishoeken.


Welke factoren zijn minder belangrijk voor een goede framemaat en zithouding?

Vaak wordt er nog naar bovenbuislengtes, balhoofdbuislengtes etc gekeken om te bekijken wat de goede framemaat en zithouding. Ze zijn populair geworden, omdat er zeker een kern van waarheid in zit. Maar bij te veel verschillen in bottom-bracket drop, zitbuishoek, kun je er ook naast zitten. Het is belangrijker om naar stack en reach te kijken voor het bepalen van de juiste geometrie en de juiste frame maat.

Balhoofdbuis lengte: De lengte van de buis aan de voorkant van je frame waar de voorvork doorheen gaat. Een grote balhoofdbuis zorgt voor een hogere stack. Ook de bottom-bracket drop en de balhoofdshoek hebben invloed op de stack. Om te weten hoe hoog je stuur is, kun je beter de stack van fietsen vergelijken dan de balhoofbuislengte. Een te lage stack (laag balhoofd) kan gecompenseerd worden met extra spacers onder de stuurpen. Meestal 1-3 cm. Ook een andere hoek van de stuurpen kan een te korte of te lange balhoofdbuis corrigeren. Deze heeft geen directe invloed op het rijgedrag of de zithouding.

Effectieve bovenbuislengte: De horizontale afstand van het midden van de bovenkant van de balhoofdsbuis tot het midden van de zadelpen. Dit vormt vaak een belangrijke indicatie voor de framemaat bij het vergelijken van frames. Het zegt namelijk iets over de afstand van je zadel tot aan je stuur. Het houdt alleen geen rekening met mogelijke verschillen in zitbuishoek en balhoofdhoek. Een verschil in zitbuishoek compenseer je weer om de horizontale afstand van je zadel tot het bracket gelijk te houden. Die compensatie wordt niet meegewogen in de effectieve bovenbuislengte. Daarom kun je beter naar de reach kijken dan naar de effectieve bovenbuislengte.

Bovenbuislengte: De afstand van het midden van de balhoofdbuis tot het midden van het snijpunt van de bovenbuis met de zitbuis. Doordat veel bovenbuizen tegenwoordig schuin lopen, zijn ze moeilijker te vergelijken. Daarom is geven veel fabrikanten ook de effectieve bovenbuislengte weer. De reach is nog beter dan de effectieve bovenbuislengte.

Geometrie en stuurgedrag

Als je 2 fietsen vergelijkt, dan vergelijk je vaak ook 2 verschillende geometrien. Een andere framemaat geeft ook een ander stuurgedrag. Als je 2 fietsen van 2 merken vergelijkt dan zit er bijna altijd geometrie verschil tussen de fietsen. Maar welke geometrie past beter bij jou? Als je onderstaande factoren vergelijkt kun je goed inschatten welke van de 2 geometrieeën het beste aansluit bij jouw rijgedrag.

Balhoofdhoek: De hoek die het balhoofd maakt ten opzichte van de grond. Deze heeft grote invloed op het stuurgedrag van de fiets. Een steilere balhoofdshoek maakt een fiets over het algemeen wendbaarder terwijl een luiere balhoofdhoek (kleiner dan 72 graden voor racefietsen, kleiner dan 69 voor crosscountry mountainbikes) voor meer stabiliteit zorgt. Dit komt vooral omdat de balhoofdhoek grote invloed heeft op de trail / naloop van de fiets. Ook zorgt een kleinere balhoofdhoek voor meer wielflop; de mate waarin je fiets schuin komt te staan door een stuurbeweging.

Bottom bracket drop: De verticale afstand tussen de wielas hoogte en de trapas hoogte, een lager bottom bracket zorgt voor een stabieler rijgevoel. Een hoger bottom bracket geeft meer clearance naar de grond toe. Daarom zie je dat veel bij mountainbikes en cyclocrossers en in mindere mate bij wedstrijd gerichte racefietsen. Bij gravelracers en endurance racefietsen wordt vaak gewerkt met een lager bottom bracket (70-80mm drop)

Lengte achtervork: De lengte van de liggende achtervork. Hoe langer de liggende achtervork hoe stabieler de fiets. Vaak hebben sportieve fietsen een zo kort mogelijke achtervork voor extra wendbare geometrie.

Offset (ook wel vorksprong genoemd): De mate waarin de voorvork iets naar voren staat ten opzichte van het balhoofd. Een grotere offset zorgt voor een kleinere trail en zo een nerveuzer, directer stuurgedrag. Vaak hebben racefietsen een offset van zo’n 45-50 mm.

Trail (ook wel naloop genoemd): Deze is het gevolg van de balhoofdhoek, offset en wieldiameter. Hoe groter de trail, hoe stabieler de fiets aanvoelt. Endurance racefietsen en gravelracers hebben vaak een grotere trail voor een stabielere geometrie. Ook veel mountainbikes hebben tegenwoordig een grotere trail voor meer stabiliteit.

Wielbasis: De wielbasis is de afstand tussen de plekken waar de wielen de grond raken. Hoe langer de wielbasis hoe stabieler de fiets aanvoelt. Het achterwiel reageert net wat later op het voorwiel door de grotere afstand. Waardoor de fiets stabieler aanvoelt. Een grotere framemaat heeft door de grotere bovenbuislengte bijna altijd een grotere wielbasis.

Key points van dit artikel

  • Met de stack en reach kun je een goede inschatting maken welke fiets het beste bij je past qua zithouding
  • De reach is moeilijk om 1 op 1 te vergelijken als je zitpositie al vast staat en er stackverschil is tussen de fietsen, omdat je het stackverschil met spacers compenseert
  • Bovenbuislengte en balhoofdbuislengte zijn niet de beste manieren om framematen en frame geometrieën met elkaar te vergelijken
  • Op basis van geometrie kenmerken kun je een inschatting maken welke geometrie het beste bij je past.

Similar Posts

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *